Een rondreis door de Verenigde Staten met kinderen is iets anders dan dezelfde reis met twee volwassenen. De afstanden zijn er nog steeds, de nationale parken zijn even indrukwekkend, maar de dag wordt bepaald door wie er achterin zit. Wie dat accepteert en de reis daarop inricht, merkt dat Amerika juist een uitzonderlijk dankbaar land is voor gezinnen: ruim, praktisch, en met plekken die kinderen jaren later nog beschrijven.
Het tempo bepaalt alles
De grootste fout die gezinnen maken, is een route overnemen die voor volwassenen is bedacht en er kinderen in stoppen. Elke dag een andere plek, elke ochtend koffers in de auto, elke avond een nieuw bed. Wat wel werkt, is twee tot vijf nachten per plek. Een kind heeft een dag nodig om een zwembad, een boerderij of een kampeerplek te leren kennen, en pas de tweede dag begint het echte plezier.
Twee tot drie weken is voor een gezinsreis door de VS praktisch haalbaar, en drie weken is ideaal. Dat geeft ruimte voor een paar lange rijdagen, een stad, een aantal parken en een paar dagen waarop niets hoeft. De vlucht zelf is overzichtelijker dan veel ouders denken: een directe vlucht naar New York duurt ongeveer acht uur, naar Los Angeles ongeveer tien. De buggy kan mee tot aan de gate.
De auto als tweede huis
Amerika reizen met kinderen lukt alleen goed met een auto die groot genoeg is. Een SUV met airco en navigatie is geen luxe maar de basis: bagage van vier of vijf mensen, een koelbox, spullen voor het strand en toch nog ruimte om te bewegen. Autostoeltjes en verhogers zijn in de VS verplicht voor jonge kinderen, en het scheelt veel gedoe als die vooraf gereserveerd zijn en bij het ophalen al in de auto staan. Bij Little America wordt dat standaard geregeld, zodat je bij aankomst niet met een slapend kind en een kinderzitje in de rij staat.
Plan de rijdagen zoals je een lange middag thuis zou plannen. Vertrek na het ontbijt, stop halverwege op een plek waar iets te doen is, en probeer voor het avondeten aan te komen.
Verblijven met een gastheer
Grote hotelketens zijn handig, maar de reis wordt beter van kleinschalige verblijven met een gastheer of gastvrouw. Een boerderij waar 's ochtends de kippen worden gevoerd. Een ranch waar de kinderen paardrijden en de eigenaar 's avonds vertelt over het land. Een luxe tent aan de rand van een park, met een echt bed en een kampvuur voor de deur. Kookgelegenheid is op aanvraag vaak mogelijk, en dat maakt de avonden makkelijker: geen restaurant met vermoeide kinderen, maar pasta op het terras.
Zulke plekken hebben nog een voordeel. De gastheer weet welk wandelpad kort en spannend genoeg is, waar je 's ochtends vroeg dieren ziet en welke uitkijkpunten je kunt overslaan.
Welke parken werken met een gezin
Niet elk nationaal park is even geschikt. Yosemite werkt goed: brede paden in het dal, watervallen op loopafstand van de parkeerplaats en genoeg bochten in de rivier om een middag te spelen. De Grand Canyon overweldigt, maar vraagt om een korte wandeling langs de rand in plaats van een tocht naar beneden. Yellowstone is voor veel kinderen het hoogtepunt: geisers die op tijd spuiten, bizons langs de weg en de kans om vanaf een veilige afstand een beer te zien. Monument Valley is een andere ervaring, met gidsen uit de gemeenschap zelf die het landschap vertellen in plaats van uitleggen.
Steden horen er ook bij: San Francisco met de kabeltram en de zeeleeuwen, Los Angeles met het strand. Wie meer tijd heeft, koppelt de kust van Big Sur eraan, of sluit af op Hawaii met surfen en kajakken. Helikoptervluchten en mountainbiken zijn er voor oudere kinderen, wandelen en beren spotten voor iedereen.
Wanneer je gaat en wanneer je boekt
De beste maanden voor een gezinsreis zijn mei, juni, september en oktober. De parken zijn dan open, het is minder druk en de temperaturen zijn aangenamer dan midden in de zomer. Dat botst met schoolvakanties, dus veel gezinnen kiezen de randen van die periodes. Wie de meivakantie of het begin van de zomer wil gebruiken, boekt negen tot twaalf maanden vooruit, omdat de kleinschalige verblijven met de mooiste ligging het eerst vol zitten.
Wie de reis op deze manier opbouwt, met tijd per plek, een auto die past en verblijven waar iemand je welkom heet, merkt dat de VS een land is waar kinderen zich snel thuis voelen. Voorbeelden van zulke reizen en de praktische kant ervan staan op de site van Little America.